18 september 2020

Een gelukkige reis had de Renate Leonhardt niet. Het maakte in de zomer van 1917 deel uit van een konvooi dat vertrok van Hoek van Holland op weg naar het Noorden. Bij Bergen aan Zee werd het konvooi door de Engelsen beschoten waarbij de Renate geraakt werd en strandde bij Bergen. De Renate werd weer vlot gesleept en in Amsterdam gerepareerd. Op 21 augustus 1917 voer het opnieuw uit vanaf IJmuiden en stoomde weg langs de Nederlandse kust. In het Schulpengat bij Den Helder liep de Renate vast op de zandgronden van Noorderhaaks en moest vlotgetrokken worden door drie sleepboten. Nog maar net vlot getrokken kwam het defintieve einde. Het vrachtschip werd getroffen door een Engelse torpedo en zonk. Er vielen enkele doden, andere bemanningsleden werden door Nederlandse marineschepen gered.

Het was de stoker G.P. Wolf die de geruchten losmaakte over een kapitale lading aan boord van de Renate. Hij was ervan overtuigd dat vlak voor het vertrek van de Renate uit Vlissingen, kleine kistjes aan boord waren gebracht, die in het schip verborgen waren onder een lading boter. Het waren volgens Wolf goudstaven. In 1937 spoelde een lading van zeshonderdduizend kilo cacaoboter op het strand van Egmond aan. Dit was voor Piet Visser uit Wijdewormer aanleiding om plan te bedenken om de goudschat van het schip te bergen. Aan de hand van ooggetuigenverslagen en sporen van cacaoboter, werd in 1939 de vermoedelijke locatie van het gezonken schip vastgesteld. De oorlogsjaren deed de plannen stilstaan, maar in 1948 werd een bergingsmaatschappij opgericht. Nadat met een wichelroedeloper het schip (opnieuw) werd gelokaliseerd kon de expeditie beginnen, maar de combinatie van met goudkoorts aangestoken oprichters, speculanten, aandeelhouders en hoog gespannen verwachtingen waren goed voor vele ruzies en jaren van onenigheid.

Visser ging in zijn prospectus voor de aandeelhouders in 1954 uit van een goudopbrengst van 75 miljoen gulden en dit bedrag was, zo vertelde hij ‘niet te hoog genomen’. Een speciaal gebouwde werktoren die in de werkput bij het wrak kon worden gezet moest het mogelijk maken het goud te bergen.

Rijkswaterstaat en de Arbeidsinspectie keurden echter de put en bergingstoren af vanwege de gevaarlijke werkomstandigheden. Door geldgebrek, maar bovenal het gebrek aan vertrouwen en vooral veel ruzies werd het project een fiasco. Goud is nooit gevonden.