19 september 2021

Frans Naerebout is de bekende Vlissingse visser die samen met zijn broer in 1779 met gevaar voor eigen leven 87 opvarenden van VOC schip Woestduyn wist te redden. Frans kreeg als dank voor deze bijzondere redding een aanstelling als loods. Hij ontwikkelde veel kennis van het kustgebied. Het is vijftien jaar later als we deze Vlissingse held weer tegenkomen. Maar nu op het Schulpengat bij de Haaksgronden. Het is 20 december 1794, slechts enkele weken voor de overgave van de Nederlandse vloot aan de Franse bezetters die het land in januari 1795 in bezit namen. Naerebout is loods, in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie en vaart mee met De Voorland.Enkele maanden daarvoor was hij met het VOC schip De Zuidpool door het Schulpengat gevaren en had ontdekt dat de diepte daar slechts 20 voet was. Voor hem was dit reden om de beide loodsen van De Voor-land die op het punt van vertrekken stond, te waarschuwen want De Voorland had een diepte van 22 voet en zou daarmee, volgens Naerebout, vastlopen.Hij had gelijk.De Voor-land liep inderdaad vast ergens op de zandgronden bij het Schulpengat. Voor de Texelse loodsen was het een pijnlijk moment om de leiding over te geven aan Naerebout. Deze gaf opdracht de kanonnen te verplaatsen en de zeilen in een andere stand te zetten. Na enig manoeuvreren met de zeilen kreeg Naerebout het voor elkaar. Langzaam kwam beweging in De Voorland en kon het zich lostrekken van de zandbank. Naerebout was echter door zowel de weersomstandigheden als de Engelse dreiging vanaf zee, niet in staat om het schip te verlaten waardoor hij noodgedwongen moest meevaren naar Kaap de Goede Hoop. De terugreis naar Vlissingen was vol met gevaren vanwege de bedreigin-gen door de Engelse vloot, maar met veel stuurmanskunst wist Naerebout enkele schepen door de vijandelijke Engelse linie te loodsen. Narebout stierf in 1818 na een leven vol van reddingen en moeilijke loodsreizen. Hij werd vele malen onderscheiden, maar werd er matig door beloond zodat hij aan het eind van zijn leven nog moest vissen op garnalen om wat bij te verdienen. Naerebout werd begra-ven in de Grote of Magdalena kerk in Goes. Vlissingen eert hem met een standbeeld op de boulevard. De krant plaatste in 1818 het volgende matrozengedichtje.

Wat zie ik, is het waar! Ligt hier Frans Naerebout. Dien braaf’ en ed’len held, kan ‘t zijn, misschien een fout. Dan neen, ‘t is al te waar, zoo kan men zich vergissen. Hij ging de weg van het vleesch, ik wacht hem dien der Visschen. Matrozen! Zoo gij ooit dit dierbaar graf aanschouwt. Denkt dan met dankbaarheid, aan zeeloods Naerebout.