19 september 2021

Het verzeilen van het linieschip Prins Willem in 1781 heeft heel wat stof doen opwaaien. De Dordtse schilder Carel Frederik Bendorp (1763-1814) vond het belangrijk genoeg om er een tekening van te maken die nu nog in het Rijksmuseum hangt. Het was een prachtige zonnige dag toen de Prins Willem, met aan boord gezagvoerder kapitein De Bruijn, op 14 september 1781 de Rede van Texel bereikte. Even daarvoor had het linieschip de slag bij de Doggersbank verloren, maar nu kwam de Prins Willem aan in het Marsdiep om een aantal koopvaardijschepen te begeleiden De Prins Willem was een groot schip bemand met 550 koppen. De aan boord gekomen loods die het schip door het Marsdiep en langs de Haaksgronden moest laveren was Jan Kock. De loods liet de Prins Willem aanvankelijk noordwaarts koersen. De gebeurtenissen die daarna volgen laten zich moeilijk reconstrueren. De loods raakte in de war van twee naderende schepen waarvan hij dacht dat het Engelsen waren. De kapitein echter dacht dat het Hollandse kruisers waren. Er ontstond verwarring waarin de loods de koers verlegde naar zuidoost. Korte tijd later stootte de Prins Willem vast op de Zuiderhaaks. Pogingen om een zwaar anker van het linieschip uit te brengen samen met het te hulp geschoten schip De Kemphaan mislukte. De dagen daarna werd op allerlei wijze geprobeerd het schip los te trekken, maar toen kapitein De Bruijn op 25 september opnieuw ging kijken bij zijn schip, was de Prins Willem uiteengeslagen en daarmee reddeloos verloren. De weken die daarop volgden waren voor zowel de kapitein als de loods dramatisch. De loods werd zwaar gestraft. Hij werd vanwege onvoorzichtig, disattent en verward gedrag veroordeeld tot het driemaal van de ra vallen en werd daarna geslagen met een dik touw met vilt bekleed. Ook De Bruijn kwam er niet goed van af. Hij werd ontslagen, ondanks zijn uitgebreide verdediging. Maar de ergste straf voor hem was dat hij voortaan een bekend persoon werd in gedichten, schuitenpraatjes en toneelspelen.