5 juli 2020

Op Texel waren rond 1900 ongeveer 175 vissersschepen. Den Helder telde in die tijd ongeveer 250 vissers. In de buurt van de Haaksgronden werd veel gevist, ook al was het zeegebied er gevaarlijk. Patrouilleverslagen van het politietoezicht in het zeegebied maakt duidelijk dat er veel verschillende vissers waren. Helderse vissers en die van Texel, uiteraard. Maar ook vissers uit Urk en Lemmer, maar vaak werden ook Engelse en Franse visschuiten waargenomen. Vooral de Fransen waren uit op haring. Bij het eiland Onrust was het goed vissen vooral op ansjovis en geep, maar vooral haring. Bij het doorschieten van het getij is er het juiste moment om ze te vangen. Soms waren de hoeveelheden zo groot dat de haring voor het opscheppen was. Haringtrekken is een oude vorm van vissen die vandaag niet meer voorkomt. Met een man of twaalf werd met vletten het net uitgezet in het water om het daarna vanaf de wal of de zandplaat Onrust met kleine rukjes binnen te trekken. De vletterlieden in de 19e eeuw waren vaak ook reddingwerker. Jacob Been en Coen Bot zijn bekende figuren uit die tijd.