Te hoge verwachtingen van overheveling zorg naar gemeenten

Het kabinet gaat stevig bezuinigen in de langdurige zorg. Zorg aan ouderen, gehandicapten en chronisch zieken die op dit moment nog bekostigd wordt vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), zal komende jaren worden overgeheveld naar de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en is daarmee de verantwoordelijkheid voor lokale gemeenten. Een majeure operatie met grote gevolgen, niet alleen voor de cliënt, maar ook voor zorgorganisaties. In de afgelopen weken zijn met name vanuit de ouderenzorg en de jeugdzorg vragen gesteld bij de kabinetsplannen. Het gaat niet om een simpele verschuiving van overheidszorg naar gemeentelijke zorg. Er is meer aan de hand.

We leven in een individualistische samenleving. In zekere zin kan gesteld worden dat ook de gezondheidszorg geïndividualiseerd is. Het individuele recht op zorg staat centraal. De zorgvraag van cliënt of patiënt wordt omgezet in zorgverlening. De cliënt is mondig geworden en bevecht tot de rechter het recht op zorg en de kwaliteit daarvan. Dit proces dat zich gaandeweg heeft ontwikkeld staat natuurlijk niet los van andere maatschappelijke en sociale ontwikkelingen, maar is ook mede op gang gebracht door de vraagsturing in de zorg. Zorgaanbieders zijn zich steeds meer gaan segmenteren en richten op de individuele wensen van de cliënt waardoor de individualisering in de zorg is toegenomen.

Komende jaren wordt veel van de AWBZ zorg overgeheveld naar de WMO, het sociale domein. In dit sociale domein gaat het niet meer in de eerste plaats om zorg. Er ontstaat een ander begrippenkader zoals: samenwerking, samenhang, bouwen op de kracht van burgers, cliënten in eigen kracht zetten, regisseur worden van het lokale netwerk rondom de cliënt, mantelzorg en inzet van vrijwilligers. Aan deze begrippen, die ik maar samenvat als sociale structuren, is het voelbaar dat het om een andere benadering gaat. De zorg wordt vanuit een min of meer individualistisch opgebouwd zorgsysteem overgeheveld naar een sociaal domein waarin niets hetzelfde is maar alles anders. Het is een paradigmawijziging. Er moet anders gekeken worden naar de zorg en de overheid zet er een behoorlijk tempo in. Zorgaanbieders staan onder druk om de organisatie aan te passen aan deze sociale structuren en moeten alternatieve programma’s en zorgarrangementen ontwikkelen waarmee de cliënt langer thuis kan blijven wonen én waarvoor cliënten bereid zijn om meer geld te betalen. Verzorgingshuizen worden getransformeerd tot thuiszorgorganisaties en moeten betalen voor leegstand in de gebouwen. Hoewel identiteitsgebonden (christelijke) zorginstellingen een voorsprong hebben in het organiseren van sociale- en netwerkstructuren is het de vraag of dit allemaal efficiënt en doelmatig te organiseren is in het sociale domein. Ik vrees dat de overheid hierin te hoog gespannen verwachtingen heeft. Gegeven het feit dat de transitie naar de gemeenten gepaard gaat met een forse korting op de tarieven, lijkt het beroep op sociale structuren vooral een aangelegen mogelijkheid te zijn om een platte bezuiniging door te voeren.  

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.